ITS-criteria: eisen per onderdeel

Home
Inleiding
Definities
Procesgang
Ontheffingen
Uitgangspunten
Eisen per onderdeel
Begrippen

Eisen per onderdeel

 

Dit hoofdstuk beschrijft de eisen die worden gesteld aan ruimten en onderdelen van de functies. In deze opsomming is, op volgorde van schaal, onderscheidt aangebracht tussen gebieden, eventueel binnen deze gebieden te onderscheiden plekken, en binnen deze gebieden en plekken te onderscheiden elementen plus de hieraan mogelijk toegevoegde bijzondere voorzieningen.

 

Definitie van de onderdelen

Een element is het kleinste deel van een object waaraan specifieke toegankelijkheidseisen kunnen worden gesteld.

Bijvoorbeeld: bel, deur, tafel, trap, lift, enz

 

Een plek is een verzameling elementen binnen een ruimte met één vast doel.

Bijvoorbeeld: werkplek, eetplek, zitplek, slaapplek, e.d.

 

Een gebied is een afgebakende ruimte van een object (gebouw, park etc.) waar algemene toegankelijkheidseisen aan worden gesteld. Ieder gebied kan plekken, elementen en voorzieningen bevatten, waarvoor afzonderlijke toegankelijkheidseisen gelden.

 

Een voorziening is een verzameling elementen voor één bepaalde doelgroep met een specifieke handicap.

Bijvoorbeeld:                                                                                  

Voorziening auditieve beperking (ringleiding, IR, RF, enz)

Voorziening visuele beperking (geleidelijn, waarschuwingsmarkering, enz)

Voorziening motorische beperking (beugels, handgrepen, leuning, plateaulift)

Voorziening cara (luchtfilters, vloerbedekking, enz)

Voorziening voor mensen met een verstandelijke beperking

 

De eisen aan gebieden, plekken, elementen en voorzieningen zijn apart beschreven, zodat per situatie een passende combinatie gemaakt kan worden van een gebied met de in die betreffende situatie aanwezige elementen.

 

 


eisen per gebied

Gebiedsnaam

Parkeren GPA (gehandicapten parkeerplaats algemeen)

Definitie

Onder parkeren wordt verstaan het stallen van een voertuig voor langere tijd, inclusief het in- en uitstappen.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

GPA afmeting is gebaseerd op een standaardauto van maximaal 4,5 x 2 m.

 

Binnen 50 m van de hoofdingang van een gebouw of object dient (op eigen terrein of op de openbare weg) tenminste één GPA per 10.000m2 vloeroppervlak aanwezig te zijn. (oppervlak dat via deze ingang wordt betreden).

Deze GPA-eis geldt niet voor:

winkels (detailhandel) en horeca in voetgangersgebieden

winkels en horeca <= 500 m2

(horeca: “bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse”)

 

Bij parkeerplaatsen op het eigen terrein (binnen en/of buiten) dient bovendien het percentage GPA’s te voldoen aan de drempelwaarde.

Eisen

Aan één lange en één korte zijde een vrije gebruiksruimte van 1,5 m breed op hetzelfde niveau als de parkeerplaats.

Dwars- of langshelling parkeerplaats max. 1:50.

Indien aan één of meer zijden een trottoirband aanwezig is dan binnen 5 m. een oprit toepassen.

Afstand van de GPA tot de toegang van het gebouw maximaal 50 m.

Verkeersbord E6 aanwezig.

Kruismarkering aanbrengen.

Voor min. aantal zie drempelwaarde.

Bijbehorende elementen

Oprit

Toegangsroute

 

     

 


 

Gebiedsnaam

Toegangsroute (voetgangersroutes)

Definitie

Een toegangsroute is de meest logische / kortste weg tussen de toegang van een gebouw/object en het dichtstbijzijnde trottoir aan de openbare weg.

Deze route kan bestaan uit een combinatie van paden, trappen, hellingbanen en liften.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

De toegangsroute is bedoeld voor voetgangers, kinderwagens, rolstoelen en scootmobielen.

Rolstoelen, rollatorgebruikers en kinderwagens dienen elkaar te kunnen passeren en te kunnen keren.

Plaatselijk mag het pad zijn versmald zodat geen passeren mogelijk is

Eisen

Standaardbreedte ≥ 1,8 m.

Plaatselijke vernauwing tot 1,2 m over maximaal 10 m: kinderwagens of rolstoelen kunnen voetgangers passeren.

Minimum vrije breedte van 0,9 m bij puntvernau­wingen over maximaal 0,5 m (lantarenpalen, bomen, verkeerbor­den, e.d.).

Een vrije doorgangshoogte van 2,3 m.

Indien verhoogt, ligt het voetpad 0,05 m tot 0,15 m boven het vlak van het wegdek.

Indien trottoirbanden in toegangsroute aanwezig zijn dan op- / afritten toepassen 1:10 tot 0,1 m hoogte en 1:12 tot 0,25 m hoogte.

Helling in de looprichting <= 1:25 (anders is sprake van een hellingbaan, zie bij elementen).

Hellingen dwars op de looprichting ≤ 1:50.

Het tracé moet verhard en vrij van obsta­kels zijn.

Oppervlak van de route moet vlak, aaneengesloten en voldoende antislip zijn (ook in natte situatie).

Niveauverschillen >= 0,02 m worden gezien als trede/trap en moeten worden gecombineerd met een lift of een hellingbaan (een lift of hellingbaan bij overbrugging van hoogteverschillen moet altijd worden gecombineerd met een trap).

Hellingen minder stijl dan 1:25 worden gezien als ‘vals plat’, waar verder geen eisen aan worden gesteld.

Bijbehorende elementen

Pad

Drempel

Hek / Doorgang

Trap

Hellingbaan

Lift / Hefplateau / Plateaulift

 

 

 

 

 


 

Gebiedsnaam

Toegang

Definitie

De (hoofd)toegang bevindt zich op de primaire route tussen de openbare weg en de entreeruimte en is de toegang met het adres (straat + huisnummer) van het bijbehorende gebouw.

Aan de buitenzijde van deze toegang bevinden zich voorzieningen zoals: bel, brievenbus, intercom, camera e.d.

Aan de binnenzijde bevinden zich receptie, beveiliging, kassa e.d.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Binnen toegankelijkheid wordt onderscheid gemaakt tussen hoofdtoegang en overige toegangen.

Deze eisen hebben betrekking op de ‘hoofdtoegang’.

Afwijkende routes voor rollator, scootmobiel en rolstoelgebruikers e.d. moeten worden vermeden: een ‘hoofdingang’ is er voor iedereen.

Eisen

Vóór en achter de toegang ligt een vrij oppervlak ≥ 2,0 x 2,0 m.

De vrije opstelruimte naast de slotzijde van deuren is ≥ 0,5 m breed, tenzij de deur is voorzien van een openingsautomaat.

Drempels mogen een hoogteverschil hebben van maximaal 0,02 m; eventueel in combinatie met een helling van 1:6 met een hoogte van maximaal 0,05 m.

De vrije doorgang van deuren is minstens 0,85 x 2,30 m

(voor gebouwen/objecten van voor 2008 geldt >= 0,85 x 2,10 m).

De openingshoek van draaiende deuren is minsten 90 graden.

Bij dubbele deuren is de vrije doorgang bij de eerst openende deur minstens 0,85 m.

Bedieningsweerstand deuren (de met de hand uit te oefenen kracht op de greep) ≤ 30 N, of anders deurautomaat toepassen.

Bijbehorende elementen

Brievenbus

Visuele informatiedragers (b.v. huisnummers)

Bedieningselementen (deurgreep, deurbel)

Inter­com

Deur (vrije doorgang)

Schuifdeur

Schuifdeur automaat

Draaideur

Draaideur automaat (Tourniquet)

Draaihek / Sluis / Poort

Dranger

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Gebiedsnaam

Verkeersruimte

Definitie

Ruimte anders dan een ruimte in een verblijfsgebied, een toiletruimte, een badruimte of een technische ruimte, bestemd voor het bereiken van een andere ruimte.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

De verkeersruimte is bedoeld voor voetgangers en rolstoelen.

Eisen

Standaardbreedte ≥ 1,8 m zodat kinderwagens, rolstoel­ge­bruikers etc. elkaar goed kunnen passeren.

Minimumbreedte van 1,2 m bij vernauwingen over maximaal 20 m (kinderwagens of rolstoelen kunnen voetgangers passeren).

Minimumbreedte in woningen van 1,1 m bij vernauwingen over maximaal 20 m.

Minimum vrije breedte van 0,9 m bij plaatselijke vernau­wingen (penanten, kolommen).

Een vrije doorgangshoogte van 2,3 m.

Drempels maximaal 0,02 m hoog.

Bijbehorende elementen

Hellingen

Trappen

Liften

 

 

 

 

 

 

Gebiedsnaam

Verblijfsruimte

Definitie

Ruimte voor het verblijven van mensen, dan wel een ruimte waarin de voor een gebruiksfunctie kenmerkende activiteiten plaatsvinden.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

De verblijfsruimte is bedoeld voor voetgangers en rolstoelen.

Eisen

Draaicirkel, publiek Ø >= 2,1 m, overig >= Ø 1,5 m.

Loopruimte breedte >= 0,9 m.

Staplaats >= 0,9 x 1,2 m.

 

Bijbehorende elementen

Deur / Toegang

Toeschouwerplaats (zie drempelwaarden)

Voorziening voor slechthorenden (zie voorzieningen)

Vaste inrichting

Losse inrichting (meubels)

 

 

 

 

 


 

Gebiedsnaam

Toiletruimte integraal toegankelijk (IT-toilet)

Definitie

Een integraal toegankelijk toilet bevat de minimale ruimte waarbinnen een persoon met een rolstoel geacht wordt zelfstandig toilethandelingen te kunnen verrichten.

Uitgangspunt hierbij is dat het toilet met afgesloten deur bruikbaar moet zijn.

Daarnaast is in dit toilet ook ruimte voor assistentie om de toiletpot te bereiken/verlaten.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

·         Maximale afstand 100 m.

·         Minimaal 1 per verdieping >= 1000m2.

·         Aantal IT-toiletten volgens tabel 4.34 Bouwbesluit.

·         Bereikbaar tijdens openingsuren van alle functies en bereikbaar vanuit alle functies.

Eisen

·         >= 2,2 x 1,65 m.

·         naar buiten draaiende deur

·         Vrije draaicirkel 1,5 m.

·         0,9 x 1,2 m vrije opstelruimte aan één zijde naast toiletpot.

·         0,9 x 1,2 m vrije opstelruimte vóór toiletpot.

·         Assistentievlak aan 2de kant toiletpot van 0,35 x 0,7 m.

·         Afstand tussen toiletpot en wastafel >= 0,9 m

Bijbehorende elementen

·         Alarm installatie sanitaire ruimten

·         Horizontale deurgreep

·         Onderrijdbare wastafel

·         Spiegel boven wastafel op 1 – 2 m + vloer

·         Toiletpot met wegklapbare armsteunen

 

 

 

 


 

Gebiedsnaam

Toiletruimte “bezoekbaar horeca toilet”

(alleen in Horeca gelegenheden <= 200m2)

Definitie

Een bezoekbaar horeca-toilet vormt de minimale toiletruimte waarbinnen een persoon met een beperking geacht wordt toilethandelingen te kunnen verrichten.

Uitgangspunt hierbij is dat het toilet met geopende deur tussen toilet en voorruimte zelfstandig bruikbaar moet zijn.

De deur van de toilet-voorruimte moet hierbij kunnen worden afgesloten.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

·         Met geopende toiletdeur dient een standaard rolstoel zich diagonaal naast de toiletpot te kunnen bevinden.

·         Naar buiten draaiende deur met scharnierzijde diagonaal tegenover de plaats van de toiletpot (zie tekening voor vaste en variabele maten).

Eisen

·         Toiletruimte >= 0,9 x 1,2 m met deur in zijwand.

·         Voorruimte 1,2 x 1,2 m.

Bijbehorende elementen

·         Horizontale deurgreep op 0,9 m+ vloer aan binnenzijde deur tussen voorruimte en gang.

·         Wastafel <= 0,5 x 0,3 m.

·         Spiegel boven wastafel tussen 1 – 2 m+ vloer.

 

 

 


 

Gebiedsnaam

Doucheruimte

Definitie

Een integraal toegankelijke doucheruimte bevat de minimale ruimte waarbinnen een persoon met een rolstoel geacht wordt zelfstandig douche-handelingen te kunnen verrichten.

Uitgangspunt hierbij is dat de IT-douche dezelfde privacy moet bieden als de reguliere douches met dezelfde bestemming die in het gebouw / object aanwezig zijn.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Indien:

·         bij de functie van het gebouw/object ook standaard een douchefunctie behoort (bv. sportgebouw of kantoorvoorziening met personeelsdouches) dan dient het aantal toegankelijke douche- voorzieningen te voldoen aan artikel 4.47 Bouwbesluit met een minimum van 1. Zie drempelwaarden.

·         de reguliere doucheruimten zijn voorzien van een wastafel, dan moeten de toegankelijke douchevoorzieningen ook zijn voorzien van een onderrijdbare wastafel.

·         de reguliere douchefunctie is gesplitst in een natte en droge ruimte dan geldt dit ook voor de toegankelijke doucheruimte.

·         de reguliere douchefunctie in één ruimte is gelegen dan geldt dit ook voor de toegankelijke doucheruimte.

·         de reguliere douchefunctie in een groepsruimte (meerdere douches in één ruimte) is gelegen dan kan hier ook de toegankelijke doucheruimte toe behoren.

Eisen

·         >= 1,2 x 1,8 m  (nat / droog gesplitst). 

·         >= 1,5 x 1,65 m (nat / droog in één ruimte).

·         Draaicirkel van 1,5 m indien afgesloten doucheruimte

·         vrije doorgang tot aan de douche plek 0,9 m (groepsruimte).

·         Douchevlak bij voorkeur op afschot 1: 50, of anders met verzonken vloer vlak met niveauverschil <= 0,01 m.

Bijbehorende elementen

·         Horizontale deurgreep (indien met deur).

·         Onderrijdbare wastafel (indien aanwezig).

·         Opklapbaar douchezitje of douche(rol)stoel.

 

                

         Afgesloten douche ruimte                                                    Douche unit als onderdeel van een grotere ruimte

 

 

 

 

 

Gebiedsnaam

Sanitairruimte (wc, wastafel, douche)

Definitie

Een integraal toegankelijke sanitairruimte bevat de minimale ruimte waarbinnen een persoon met een rolstoel geacht wordt zelfstandig douche / toilet / wastafelhandelingen te kunnen verrichten. Uitgangspunt hierbij is dat de sanitairruimte met afgesloten deur bruikbaar moet zijn.

Daarnaast is in deze sanitairruimte ook ruimte voor assistentie om toiletpot of douche te bereiken / verlaten / gebruiken.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Indien gewenst kunnen één of meer van het vereiste aantal douchevoorzieningen (zie hierboven) worden gecombineerd met IT-toilet(ten) waardoor een toegankelijke sanitairruimte ontstaat.

Voordeel van deze benadering is:

·         efficiënt ruimtegebruik

·         douche in sanitairruimte voorziet in privacy (in tegenstelling tot toegankelijke douches welke onderdeel uitmaken van groepsruimten)

Een sanitairruimte telt mee bij het benodigde aantal toegankelijke doucheruimten.

Eisen

·         >= 2,2 x 2,2 m

·         deur naar buiten draaiend

·         Draaicirkel van 1,5 m

·         Douchevlak bij voorkeur op afschot 1: 50, of anders met verzonken vloer vlak met niveauverschil <= 0,01 m.

Bijbehorende elementen

·         Douche met douchezitje en wegklapbare armsteunen.

·         Toiletpot met wegklapbare armsteunen.

·         Onderrijdbare wastafel.

·         Vaste spiegel tussen 1 - 2 m+ vloer.

·         Alarm installatie sanitaire ruimten.

·         Horizontale deurgreep.

 

 


EISEN PER plek

Een Plek is een verzameling elementen die binnen een ruimte aanwezig kan zijn.

Bijvoorbeeld Werkplek, eetplek, zitplek, slaapplek, e.d.

 

Plek naam

Eetplek  klein / groot

Definitie

Een eetplek voorziet in de opstelruimte voor een eettafel in combinatie met 4 stoelen (klein) of 6 stoelen (groot).

Randvoorwaarden  Uitgangspunten

1 Stoel kan worden vervangen door een rolstoelplek.

Kleine eetplek ( 4 personen en / of 4 kamerwoning).

Grote eetplek (> 4 personen en / of > 4 kamerwoning).

Eisen

Afmeting klein 2,5 x 2,5 m (tafelblad 0,8 x 1,6 m)

Afmeting groot 3,0 x 2,5 m (tafelblad 0,8 x 2,1 m)

Breedte loopruimte 0,9 m.

Draaicirkel van eventuele deuren mag samenvallen met loopruimte

Elementen

(eet)Tafel

Stoel

Loopruimte

Draaicirkel 1,5 m.

        

 

 

 

Plek naam

Zitplek

Definitie

Een zitplek voorziet in opstelruimte voor een bankstel, salontafel en wandkast met bijbehorende manoeuvreerruimte.

Randvoorwaarden  Uitgangspunten

Ruimte voor 4 personen, waarvan één rolstoelgebruiker.

Eisen

Afmeting grondvlak 3,0 x 3,4 m.

Geen draaiende deuren of ramen over dit grondvlak.

 

 

 

Elementen

3 Persoonsbank bank

Fauteuil

Salontafel

Wandkast

 

 

 

 

Plek naam

Slaapplek

Definitie

Een slaapplek voorziet per persoon in de opstelruimte voor een bed in combinatie met een garderobekast plus bijbehorende gebruiksruimte.

Randvoorwaarden  Uitgangspunten

Bed inclusief gebruiksruimte aan tenminste 2 zijden .

Per slaapplaats minimaal 1 kastruimte toevoegen.

Eisen

Afmeting grondvlak bed per persoon 0,9 x 2,1 m.

Bed minimaal aan 2 zijden benaderbaar.

Breedte gebruiksoppervlak 0,9 m.

Elementen

Bed 0,9 x 2,1 m.

Kast 0,6 x 0,6 m.

Loopruimte/strook 0,9 m breed.

Draaicirkel 1,5 m.

 

 

 

 

Plek naam

Werkplek  

Definitie

Een werkplek voorziet per persoon in de opstelruimte voor een computer, een werktafel, een stoel, een kastruimte en een draaicirkel 1,5 m.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Voldoende ventilatie (verwarming/koeling).

Geen reflectie in beeldschermen.

Voldoende lichtniveau (werk gerelateerd).

Eisen

Afmeting grondvlak werkplek 2,0 x 3,4 m.

Afmeting grondvlak werktafel 2,0 x 0,8 m.

Afmeting grondvlak computertafel 1,2 x 0,8 m.

Afmeting grondvlak kast 1,4 x 0,5 m.

Werktafel en computertafel onderrijdbaar.

Draaicirkel 1,5 m.

Elementen

Computertafel

Werktafel

 

 


 

Plek naam

Werkplek voor het bereiden van drank / voedsel (kookplek)

Definitie

Een ‘kookplek’ voorziet tenminste in de opstelruimte voor een werkblad met spoelbak, een kooktoestel, een koelkast, kastruimte met bijbehorende gebruiksruimten.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Voldoende ventilatie (verwarming / koeling / afzuiging).

Gebruiksruimten vóór alle toestellen.

Voldoende lichtniveau (werk gerelateerd ).

Eisen

Lengte werkblad (inclusief spoelbak) 1,2 m.

Diepte werkblad en toestelzone (voorkant tot muur) 0,6 m.

Hoogte werkblad 0,9 m+ vloer.

Kookplek 0,6 x 0,9 m.

Koelkast 0,6 x 0,6 m.

Vrije draaicirkel 1,5 m. (in woningen mag 0,3 m van de draaicirkel onder het werkblad vallen)

Elementen

Werkblad met spoelbak

Kooktoestel

 

          

 

 

 


Eisen per element

De eisen per element dienen voor een ITS-publiek, ITS-totaal en ITS-evenement keuring altijd in combinatie te worden gezien met de omgeving (gebied) waar deze elementen aanwezig zijn.

Voor ITS-Object keuringen geldt dit niet en wordt alleen het element gekeurd.

De onderstaande lijst met elementen is bij het uitkomen van deze criteria niet compleet. Indien zich nieuwe elementen ter keuring aandienen of wanneer de CG-Raad weer nieuwe elementen heeft beschreven worden deze aan de lijst toegevoegd. De lijst die op de internetsite wordt gepubliceerd is de actuele en geldige lijst.

 

 

Elementen die bij een (hoofd)toegang horen

 

Elementnaam

Bel (bellen, beltableau)

Definitie

Knop waarmee kan worden aangegeven dat men zich voor een toegangsdeur van een gebouw of object bevindt.

Randvoorwaarden

Uitgangspunten

De bel bevindt zich bij die toegang van het betreffende gebouw waar postcode en huisnummer bij behoort.

Indien de publieke functie van het gebouw kan worden betreden zonder dat moet worden gebeld, dan worden aan een eventueel aanwezige bel geen eisen gesteld.

Eisen

Minimaal 0,5 m uit een inwendige hoek

0,9 – 1,2 m boven de vloer

 

 

 

 

Elementnaam

Brievenbus(sen)

Definitie

Vanaf de openbare weg bereikbare verzamelbak voor het ontvangen van post met de postcode en huisnummer van het betreffende object.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Aan binnen- en buitenzijde zonder drempels en trappen bereikbaar en bruikbaar.

Afmeting postgleuf conform richtlijnen TNT-post.

Plaats postgleuf volgens onderstaande eisen.

Eisen

Hoogte 0,7 - 1,35 m+ vloer.

Minimaal 0,5 m uit een inwendige hoek.

Aan de privé-zijde te openen / bedienen met één hand.

Voor elke bus aan binnen- en buitenzijde een bedieningsruimte van

0,9 x 1,2 m evenwijdig aan de bus.

 

 

 


 

Elementnaam

(video) Intercom

Definitie

Spreek / luister / (beeld) verbinding tussen bezoeker en ontvanger.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Aan buitenzijde zonder drempels en trappen bereikbaar en bruikbaar.

 

Eisen

Bel hoogte 0,9 - 1,2 m + vloer

Bel minimaal 0,5 m uit een inwendige hoek

Videofunctie geschikt voor beeldveld tussen 1,2 en 2,0 m+ vloer op 0,5 m afstand van de lens. (eventueel met software voor gezichtshoogte zoeken)

Luidspreker- en microfoonhoogte 1,2 – 1,6 m+ vloer

 

 

 

 

 

Elementnaam

Visuele informatiedragers (huisnummer, naam, e.d.)

Definitie

Visuele informatiedragers die vanaf enige afstand leesbaar moeten zijn (bv. gebouwnaam, huisnummers, verdieping)

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Letter hoogte 1/100 van de leesafstand

(bv. voor 10 m afstand; 0,1 m letterhoogte)

Eisen

Tussen 1,4 en 1,6 m boven vloerniveau voor waarneming dichtbij.

Boven 2,3m+ vloer voor waarneming op afstand.

Verschil in reflectiefactor tussen karakter en achtergrond 0,3

 

 

 

 

Elementnaam

Bedieningselement(en)

Definitie

Knoppen, grepen, schakelaars, stangen, touwtjes (alles wat met de hand moet worden bediend)

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Bediening mogelijk vanuit zittende positie

Eisen

·         Tussen de 0,9 en 1,2 m hoogte boven vloerniveau

·         0, 5 m horizontaal uit een inwendige hoek

·         Bediening mogelijk met één hand

 

 


Elementen die toegang tot een ruimte bieden

 

Elementnaam

Deur

Definitie

Afsluitbare doorgang tussen twee ruimtes

·         Binnendeur: met aan beide zijden een binnenklimaat

·         Buitendeur: met tenminste aan één zijde een buitenklimaat

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Draaioppervlak deur mag niet samenvallen met andere gebruiksruimte.

Eisen

·         Vrije doorgang >= 0,85 x 2,3 m (breedte x hoogte)

·         Gebruiksruimte voor en achter een deur van 0,9 x 1,2 m. + 0,5 x 1,2 m. vanaf de slotkant aan de draaizijde van de deur.

·         Deurkruk tussen 0,9 en 1,2 m + vloer.

·         Drempel max. 0,02 m. (+ bij buitendeur evt. helling 1:6 tot max. 0,05 m hoog)

·         Bedieningskracht (incl. evt. dranger) op de kruk <= 30 Newton. (bij buitendeur 40 Newton)

·         Deurbediening mogelijk met één hand

·         Bij meervleugelige deuren dient de vrije doorgang al bij de opening van één deurvleugel te zijn bereikt.

·         Buiten de draaicirkel van de deur een opstelruimte van 0,7 x 1,2 m voor een rolstoel

 

     

 

 

 

 


Elementnaam

Deurgreep

Definitie

Horizontale deurgreep, waarmee een rolstoelgebruiker de deur achter zich dicht kan trekken vanaf de scharnierzijde (zonder gebruik van de deurkruk).

Randvoorwaarden Uitgangspunten

 

Eisen

Tussen de 0,9 en 1,2 m hoogte boven vloerniveau

(bijvoorkeur op 0,95 m).

Greep horizontaal gemonteerd.

Lengte greep >= 0,75 m.

Plaatsing van de greep zo dicht mogelijk vanaf de scharnierzijde van de deur.

 

 

 

 

Elementnaam

Deurdranger

Definitie

Mechanische voorziening waardoor een deur, na met de hand te zijn geopend, automatisch sluit, zodat de deur in rust zich altijd in gesloten toestand bevindt (bijvoorbeeld een brandcompartimenteringsdeur of een buitendeur)

Randvoorwaarden Uitgangspunten

 

Eisen

·         Bij openingshoek < 90 graden >>>> direct sluiten.

·         Bij openingshoek >= 90 graden 5 seconden open, dan sluiten.

·         Open/sluitkracht op de kruk gemeten: 40 Newton (buitendeuren); 30 Newton (binnendeuren).

 

 

 

 

Elementnaam

Tourniquet

Definitie

Via een knop of bewegingssensor gestarte, door een motor aangedreven, draaideur.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Afmeting van de individuele compartimenten voldoende voor een rolstoel of scootmobiel om daarin te manoeuvreren.

De draaisnelheid en de anti-botsings sensors van de tourniquet moeten zodanig zijn afgesteld dat wanneer iemand plots blijft stilstaan, de tourniquet tot stilstand komt voordat de betreffende persoon wordt geschept.

Indien gewenst kan de tourniquet worden uitgevoerd met twee draaisnelheden: de “toegankelijke” snelheid en een (standaard) hogere snelheid, waardoor de doorloopcapaciteit van de tourniquet toeneemt.

De stand toegankelijk / langzaam moet door een knop aan binnen en buitenzijde kunnen worden geactiveerd.

Eisen

Knop normaal / langzaam bij voorkeur aan de toegangstijl (binnen en buiten) van het tourniquet.

Knop hoogte tussen 0,9 en 1,2 m+ vloer.

Knopoppervlak 0,04 x 0,04 m, voorzien van rolstoelsymbool.

Na activeren van de ‘langzaam draaien’ stand dient de betreffende cel één volledige arbeidsslag (betreffende cel betreden t/m betreffende cel verlaten) te maken, alvorens automatisch terug te keren naar de hogere draaisnelheid.

Indien het gebruiksoppervlak van de individuele cellen van het tourniquet kleiner is dan 0,9 x 1,8,m dan dient naast het tourniquet ook een loopdeur aanwezig te zijn met dezelfde openingstijden en gebruiksmogelijkheden als het tourniquet met een vrije doorgang van 0,85 x 2,3 m.

 

 

 

 

Elementnaam

Sluis of Poort (betaal/beveiliging)

Definitie

Een doorgang met toegangscontrole, welke alleen met een autorisatie kan worden gepasseerd.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

De afmeting van de individuele compartimenten dient voldoende te zijn voor een rolstoel of scootmobiel om te passeren, zoniet dan dient een aparte toegang te worden toegevoegd met autorisatie en bediening door bijvoorbeeld een bewaker, portier, receptionist, e.d.. Gedurende de reguliere openingstijden dient deze persoon aanwezig/beschikbaar te zijn.

Eisen

·         Individuele compartimenten van de sluis voorzien van een gebruiksoppervlak van 0,85 x 1,5 m.

·         Bediening van eventuele autorisatie methodiek tussen 0,9 en 1,2 m+ vloer, 0,5 m uit een inwendige hoek.

·         Bediening geschikt voor blinden / slechtzienden. (in ontwikkeling)

·         Indien gebruiksoppervlak van de sluis kleiner dan 0,85 x 1,5 m, dan dient binnen 5 m van de sluis ook een loopdeur aanwezig te zijn met dezelfde openingstijden/ gebruiksmogelijkheden als de sluis. Inclusief assistentie voor de bediening en handelingen voor autorisatie door bijvoorbeeld een bewaker, portier, receptionist, e.d.

 

 

 

 

Elementnaam

Draaideur

Definitie

Een met de hand bewogen draaideur bedoeld voor het voorkomen van tocht.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Afmeting van de individuele compartimenten voldoende voor een rolstoel of scootmobiel om daarin te manoeuvreren.

Eisen

·         Indien het gebruiksoppervlak van de individuele cellen van de draaideur kleiner is dan 0,9 x 1,8,m dan dient naast de draaideur ook een loopdeur aanwezig te zijn met dezelfde openingstijden/ gebruiksmogelijkheden als de draaideur.

·         Maximale bedieningskracht 40 Newton

 

 

 

 

Elementnaam

Draaihek

Definitie

Een met de hand bewogen draaideur die slechts in één richting kan worden gepasseerd.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Afmeting van de individuele compartimenten voldoende voor een rolstoel of scootmobiel om daarin te manoeuvreren.

Eisen

·         Indien het gebruiksoppervlak van de individuele cellen van het draaihek kleiner is dan 0,9 x 1,8,m dan dient naast het draaihek ook een loopdeur aanwezig te zijn met dezelfde openingstijden/ gebruiksmogelijkheden als het draaihek.

·         Maximale bedieningskracht 40 Newton.

 

 

 

 

Elementnaam

Schuifdeur

Definitie

Een met de hand bewogen schuifdeur bedoeld voor het afsluiten van een doorgang tussen twee ruimtes

Randvoorwaarden Uitgangspunten

.

Eisen

·         Vrije doorgang >= 0,85 x 2,1 m (breedte x hoogte)

·         Gebruiksruimte voor en achter een deur van 0,9 x 1,2 m

·         Deurgreep tussen 0,9 en 1,2 m + vloer.

·         Deurgreep goed met de hand omvatbaar

·         Deurbediening mogelijk met één hand

·         Drempel max. 0,02 m.

       (+ bij buitendeur evt. helling 1:6 tot max. 0,05 m hoog)

·         Bedienings/schuifkracht op de kruk <= 30 Newton.

       (bij buitendeur 40 Newton)

 

 

 


 

Elementnaam

Schuifdeur automaat

Definitie

Via een knop of bewegingssensor gestarte, door een motor aangedreven, schuifdeur.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

 

Eisen

·         Vrije doorgang >= 0,85 x 2,1 m (breedte x hoogte)

·         Gebruiksruimte voor en achter een deur van 0,9 x 1,2 m

 

 

 


Elementen die een hoogteverschil overbruggen

 

Elementnaam

Trap

Definitie

Voor het overbruggen van niveauverschillen groter dan 20mm tussen vloeren.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Niveauverschillen binnen een gebouw/object die bereikbaar moeten zijn, dienen door tenminste één toegankelijke trap te kunnen worden overbrugd.

Afstand max. 50 meter tot een toegankelijke trap.

Behalve door een trap dienen hoogteverschillen ook door hellingbanen en / of liften te worden overbrugd.

Hoofdtrappen (geen secundaire trappen en/of brand/vluchttrappen)

Monumentale/architectonische trappen die afwijken van onderstaande eisen zijn weliswaar niet gewenst maar wel toelaatbaar mits binnen 50 meter een toegankelijke trap aanwezig is.

Eisen

Gesloten stootborden met welhoek van 15 graden.

Aaneengesloten, niet transparant en stroef oppervlak..

Optrede <= 0,185 m.

aantrede = 1x aantrede + 2x  optrede = 0,6 – 0,65 m.

Trapbreedte >= 1,2 m (in woning >= 0,9 m).

Vrije hoogte >= 2,3 m.

Bordes >= 1,2 x 1,2 m onder en boven elk trapdeel.

Leuning aan weerszijden trap.

Leuning op 0,85 m boven voorkant treden.

Leuning 0,3 m horizontaal voor eerste en na laatste trede.

Visuele markering over de volle breedte van de eerste een laatste trede zichtbaar vanuit beide looprichtingen.

Visuele markering over minimaal 0,3 m vanaf de wand van de overige treden zichtbaar vanuit beide looprichtingen.

 

 

 

 


 

Elementnaam

Hellingbaan / oprit

Definitie

Voor het overbruggen van niveauverschillen tussen 0,02 en 1 m.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Niveauverschillen die met een hellingbaan worden overbrugd moeten ook kunnen worden overbrugd d.m.v. een toegankelijke trap binnen 50 m van de hellingbaan.

Niveauverschil in de bewegingsrichting:

Tot        0,05 m helling 1: 6

0,05    0,10 m helling 1:10

0,10    0,25 m helling 1:12

0,25    0,50 m helling 1:16

0,50   1,00 m helling 1:20 

Hellingen flauwer dan 1:25 worden binnen toegankelijkheid niet als helling geïnterpreteerd maar als ‘vals plat’.

Eisen

·         Vrije breedte >= 1,2 m.

·         Boven en onder de hellingbaan een bordes van 1,2 x 1,5 m (1,5 x 1,5 m indien moet worden gedraaid)

·         Bij > 0,25 m niveauverschil een stabiele leuning tussen 0,85 en 0,95 m + vloer, met een diameter van 30 tot 50 mm en >= 50 mm vrij omvatbaar.

 

 

 

 

Elementnaam

Kooilift

Definitie

Mechanisch voortbewogen ruimte voor het overbruggen van hoogteverschillen

Randvoorwaarden Uitgangspunten

In principe bestaan van kooiliften twee hoofdcategorieën: liften welke voldoen aan het Liftenbesluit en liften welke voldoen aan de ‘Machinerichtlijn’ (98/37/EG).

Voor de gebruiker onderscheiden Machinerichtlijn-liften zich van overige liften door de aanwezigheid van een vasthoudknop/dodemansbesturing

Eisen

·         Spiegel op achterwand (op zijwand bij doorlooplift) tussen 1,0 - 2,0 m + vloer liftcabine.

·         Vrij vloeroppervlak >= 1,05 x 2,05 m (geschikt voor brancard, bed) of >= 1,05 x 1,5 m (geschikt voor scootmobiel)

NB: let op bestaande lifteis BB is >= 1,05 x 1,35 m!

·         Vanaf de lifttoegang moet in de liftkooi een inrijdiepte beschikbaar zijn van >= 1,5 m.

·         Vrije doorgang liftdeur >= 0,85 x 2,3 m.

·         Vrij vloeroppervlak op ieder liftbordes 1,5 x 1,5 m.

·         Opklapbaar zitje vanaf vier stopplaatsen.

·         Liftbediening tussen 0,9 en 1,2 m + vloer en 0,5 m uit een inwendige hoek, aanduiding in opliggend reliëf op- of naast de knoppen

·         Bediening liftdeuren bij voorkeur automatisch, indien handbediening dan open/sluitkracht <= 30 Newton.

·         Verdiepingssignalering bij voorkeur visueel én akoestisch.

 

 

 

 

 

 

 

Elementnaam

Plateaulift

Definitie

Mechanisch voortbewogen vloeroppervlak voor het overbruggen van hoogteverschillen

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Bediening door middel van vasthoudbesturing

Plateauoppervlak beveiligd tegen afrijden door hekjes, hefbomen en/of deuren

Eisen

·         Vrij vloeroppervlak >= 1,05 x 1,5 m (geschikt voor scootmobiel)

·         Vanaf de lifttoegang moet op het plateau een inrijdiepte beschikbaar zijn van >= 1,5 m

·         Vrije doorgang toegang tot plateau >= 0,85 m

·         Vrij vloeroppervlak liftbordes op iedere stopplaats >= 1,5 x 1,5 m

·         Liftbediening tussen 0,9 en 1,2 m + vloer en 0,5 m uit een inwendige hoek.

 

 

 

 

Elementnaam

Traplift

Definitie

Plateau of stoel welke mechanisch langs een trap kan worden voortbewogen voor het overbruggen van hoogteverschillen

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Stoel- en plateautrapliften zijn relatief ingewikkeld te bedienen, zijn voor een beperkte groep bruikbaar en vormen vaak zelf een obstakel voor de toegankelijkheid op de trap waar ze gemonteerd zijn.

Ze zijn daardoor niet/minder geschikt voor toepassing in het openbare gebied. Voor individueel (privé)gebruik in woningen zijn ze wel geschikt.

In bestaande historische/monumentale gebouwen met een openbare functie is toepassing alleen in bijzondere gevallen toelaatbaar (zie hoofdstuk 4, Ontheffing).

Eisen

 

 

 

 

 

Elementnaam

Roltrap

Definitie

 

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Vooralsnog zijn voor roltrappen geen criteria ontwikkeld met betrekking tot toegankelijkheid.

Daardoor worden zij niet mee genomen in de beoordeling van de (on)toegankelijkheid van een object of gebouw.

Eisen

 

 

 

 

                                                                                                       

 

 

 

Elementnaam

Rolpaden

Definitie

 

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Vooralsnog zijn voor rolpaden geen criteria ontwikkeld met betrekking tot toegankelijkheid.

Daardoor worden zij niet mee genomen in de beoordeling van de (on)toegankelijkheid van een object of gebouw.

Eisen

 

 

 

 


Elementen die tot de (vaste) inrichting van een ruimte behoren

 

Elementnaam

Balie

Definitie

Meubel of ruimte bedoeld voor korte communicatie tussen medewerker en cliënt (staand of zittend).

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Staande communicatie (alleen audiovisueel).

Zittende communicatie (met schrijven).

Eisen

·         Stahoogte >= 2,3 m.

·         Indien stahoogte, dan:

o        Werkbladhoogte <= 1,25 m.

·         Indien ook zithoogte, dan:

o        Werkbladhoogte tussen 0,75 en 1,00 m.

o        Onderrijdbaar (zie uitgangspunten) 0,7m hoog en 0,6m diep.

·         Indien met glazen afscheiding en geluidsversterking dan ook een loketringleiding toevoegen.

 

 

 

 


 

Elementnaam

Uitgiftebalie/toonbank

Definitie

Meubel of ruimte bedoeld voor uitgifte/verkoop van eet/drinkwaren en/of detailhandelsproducten.

Eventueel met communicatie tussen medewerker en cliënt (staand of zittend).

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Staande communicatie (alleen audiovisueel).

Zittende communicatie (voor langere duur of ook met schrijven of andere handelingen).

Voor langere/complexere handelingen (b.v. schrijven, zelf tappen van koffie, pinnen aan vast PIN-apparaat) is onderrijdbaarheid vereist.

Voor korte handelingen (overhandigen, betalen, draadloos pinnen) is zijdelings reiken/pakken toelaatbaar (geen onderrijdbaarheid vereist).

Eisen

·         Stahoogte >= 2,3 m.

·         Indien stahoogte, dan:

o        Werkbladhoogte <= 1,25 m.

·         Indien ook zithoogte, dan:

o        Werkbladhoogte tussen 0,75 en 1,00 m.

o        Onderrijdbaar (zie uitgangspunten) 0,7m hoog en 0,6m diep.

·         Indien meubel is voorzien van glazen afscheiding en geluidsversterking dan ook een loketringleiding toevoegen.

 

 

 

 


 

Elementnaam

Tafel

Definitie

Een toegankelijke tafel (werkblad/eetblad, e.d.) is onderrijdbaar voor rolstoelers.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

 

Eisen          

·         Werkbladhoogte <= 1,0 m (optimaal ca 0,75 m).

·         Vrije hoogte onder het tafelblad >= 0,7 m.

·         Vrije breedte per rolstoelplaats >= 0,7 m.

·         Vrije diepte onder tafelblad >= 0,6 m.

 

 

 

                                                                                                       

 

Elementnaam

Stoel (tafel/bureau)

Definitie

 

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Standaard toestelafmeting in combinatie met de voor dit toestel benodigde gebruiksruimte.

Eisen

Vloeroppervlak 0,5 x 0,5 m.

Gebruiksoppervlak 0,5 x 0.6 m.

 

 

 

 

Elementnaam

Fauteuil (leunstoel/zithoek)

Definitie

 

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Standaard toestelafmeting in combinatie met de voor dit toestel benodigde gebruiksruimte.

Eisen

Vloeroppervlak 0,8 x 0,8 m.

Gebruiksoppervlak 0,8 x 0,6 m.

 

 

 

 

Elementnaam

Bed

Definitie

Per persoon.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Standaard toestelafmeting in combinatie met de voor dit toestel benodigde gebruiksruimte.

Eisen

Vloeroppervlak 0,9 x 2,1 m.

Gebruiksoppervlak 0,9 x 1,4 m.

 

 

 

 

 

Elementnaam

(kleding)Kast  

Definitie

Per persoon minimaal 1 element van 0,6 x 0,6 m.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Standaard toestelafmeting in combinatie met de voor dit toestel benodigde gebruiksruimte.

Eisen

Vloeroppervlak 0,6 x 0,6 m.

Gebruiksoppervlak  1,0 x 1,3 m.

 

 

 

 

Elementnaam

Rolstoel

Definitie

Standaard rolstoel 700 x 1200 mm.

·         Zelfbeweger (met hoepels)

·         Duwrolstoel

·         Combi

·         Rolstoel met aandrijving.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

De standaard rolstoel is gedefinieerd in een Europese norm 0,7 x 1,2 x 1,09 m (b x l x h).

Eisen

Zie norm EC 2001L0085

 

 

 

                                                                                                       

Elementnaam

Scootmobiel

Definitie

Een scootmobiel (scooter mobiel) is een met (elektro)motor aangedreven voertuig. Er zijn varianten met drie en vier wielen. Een scootmobiel is bedoeld voor grotere afstanden (0,5 – 15 km). Het is daardoor in de zin van de wet geen ‘hulpmiddel’ maar een voertuig.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Scootmobiel gebruikers worden geacht over nog voldoende loop en sta functie te beschikken om korte afstanden (tot 100 m) zelfstandig te kunnen overbruggen. Werkplekken, woningen en eindbestemmingen binnen gebouwen hoeven daarom niet op de scootmobiel te worden gedimensioneerd. De verkeersruimten naar deze plekken dienen echter wel ‘scootmobiel-proof’ te zijn.

Globale randvoorwaarden:

·         Actieradius >= 20 km

·         Max snelheid<= 15 km/u

·         Totaal leeggewicht incl. accu’s <= 150 kg (inclusief gebruiker <= 250 kg)

·         De voorwielen sturen zoals bij een auto, het voertuig kan daardoor niet ‘sur place’ draaien

·         Afmeting <= 1,45 x 0.8 m

Eisen

 

 

 


Elementen als onderdeel van sanitaire voorzieningen

Elementnaam

Losse inrichting

Definitie

Inrichtingselementen (meubelen, apparaten, e.d.) die niet nagelvast zijn en die geen onderdeel vormen van de primaire functie van een gebouw of  object, met  uitzondering van receptie-/info- balies en tafels (zie daar)

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Aan losse inrichting worden voor ITS geen specifieke eisen gesteld.

Eisen

 

 

 

 

 

 

Elementnaam

Toiletpot IT-toilet

Definitie

 

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Standaard toestelafmeting in combinatie met de voor dit toestel benodigde gebruiksruimte.

Eisen

·         Vloeroppervlak 0,4 x 0,7 m. (bezoekbaar toilet 0,4 x 0,6 m).

·         Voorkant toiletpot 0,7 m vanaf de achterwand

·         Gebruiksoppervlak zie tekening.

·         Zithoogte (brilhoogte) 0,45 – 0,5 m.

·         Wegklapbare beugels. Lengte 0,9 m, bovenste ligger 0,75 + vloer

 

 

 

 

 

Elementnaam

Alarminstallatie sanitaire ruimten

Definitie

Alarminstallatie waarmee vanuit liggende positie (op de grond) of vanuit een rolstoel een alarmsignaal in werking kan worden gesteld.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

·         Het alarm (akoestisch en visueel) moet zijn doorgekoppeld naar de buitenzijde van de ruimte en naar een ruimte waar verwacht kan worden dat personeel aanwezig is die kan reageren. (bijvoorbeeld: receptie, beveiliging, e.d.)

·         Nadat het alarm in werking is gesteld, mag dit alleen vanuit de sanitaire ruimte zelf kunnen worden uitgezet (ge-reset).

Eisen

·         Rondom langs de wand een doorgaand signaalkoord op 0,3 -0,4 m + vloer, verbonden met een alarmschakelaar

·         Bedieningskracht <= 30 Newton

·         Buiten de ruimte, boven of naast de deur een alarmlamp met zoemer

·         Binnen de ruimte een verklikkerlampje dat aangeeft dat het alarm in werking is getreden.

·         Of elk systeem waarmee een gelijkwaardige veiligheid volgens bovenstaande eisen kan worden bereikt (ter beoordeling ITS)

 

 

 


 

Elementnaam

Wastafel

Definitie

Wastafel.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Wastafel dient zowel zittend als staand te kunnen worden gebruikt.

Standaard toestelafmeting in combinatie met de voor dit toestel benodigde gebruiksruimte.

Eisen

·         Onderrijdbaar.

·         Bovenkant tafel op 0,8 m + vloer

·         Vloeroppervlak 0,5 x 0,6 m.

·         Gebruiksoppervlak 0,9 x 1,2 m (1,2 m  vanaf achterwand).

·         Vaste spiegel op achterwand tussen 1 en 2 m + vloer.

·         Kraan met “éénhandel” bediening.

·         Sifon strak tegen achterwand monteren

 

 

 

 

Elementnaam

Douche

Definitie

 

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Standaard toestelafmeting in combinatie met de voor dit toestel benodigde gebruiksruimte.

Eisen

·         Vloeroppervlak 0,9 x 0,9 m.

·         Gebruiksoppervlak … x …. M.

·         Opklapbaar douchezitje of douche(rol)stoel. Niet aan zelfde wand als kraan/sproeikop

·         Thermostaatkraan/temperatuurbegrenzer  toepassen

·         Hartlijn kraan en hartlijn sproeikop/glijstang  0,25 m uit elkaar

·         Douchevlak bij voorkeur op afschot 1: 50, of anders met verzonken vloer vlak met niveauverschil <= 0,01 m.

·         Douchevloer antislip (of dhg-tegels 0,1 x 0,1 m)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Elementnaam

Douchezitje

Definitie

Al of niet opklapbaar/verwijderbaar zitelement waardoor zittend kan worden gedoucht

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Standaard toestelafmeting in combinatie met de voor dit toestel benodigde gebruiksruimte.

Eisen

Vloeroppervlak >=  0,4 x 0,4 m.

Gebruiksoppervlak 0,9 x 0,9 + 0,7 x 1,2m

 

 

 

 

 


Elementnaam

Muurbeugel

Definitie

Horizontale, verticale of diagonale handgreep, welke houvast biedt tijdens douchegebruik en/of het gaan zitten/verlaten van douchezitje of  toiletpot.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

 

Eisen

Horizontale en diagonale greep:

·         tussen de 0,8 en 1,2 m hoogte boven vloerniveau

Verticale greep:

·         tussen  0,8 en 1,5 m boven vloerniveau

 

 

 

 

Elementnaam

Vaste spiegel

Definitie

Vaste spiegel geschikt voor lange, korte, staande en zittende gebruikers

(Klapspiegels waarvan de reflectie van het spiegelbeeld d.m.v. een frictiescharnier kan worden aangepast aan de gezichtshoogte van de waarnemer, zijn minder geschikt aangezien kleine en/of zittende mensen dit scharnier niet kunnen bedienen)

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Vast gemonteerd

 

 

Eisen

Tussen 1,0 en 2,0 m boven vloeroppervlak

Gebruiksoppervlak is gekoppeld aan toestel waarboven spiegel is geplaatst

 

 

Elementnaam

Wasmachine / Droger

Definitie

 

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Standaard toestelafmeting in combinatie met de voor dit toestel benodigde gebruiksruimte.

 

 

Eisen

Vloeroppervlak 0,6 x 0,6 m.

Gebruiksoppervlak 1,0 x 1,3 m.

 

 

 

 

 


Elementen in keukenruimten

 

Elementnaam

Werkblad met spoelbak (Aanrecht)

Definitie

Strook voor bereiden van drank/voedsel inclusief een spoelbak.

Randvoorwaarden

Uitgangspunten

Onderrijdbare spoelbak is wenselijk maar niet verplicht.

Indien onderrijdbare spoelbak wordt toegepast zijn maatregelen noodzakelijk ter voorkoming van verbranding van benen

Eisen

Hoogte 0,9 m.

Breedte (voorkant tot achterwand) >= 0,6 m.

Lengte >= 1,2 m.

Indien onderrijdbare spoelbak dan:

·         Vrij ruimte onder spoelbak >= 0,6 x 0,6 x 0,7 m (b x d x h)

·         Voorkomen van verbranding door onderkant spoelbak

·         Voorkomen van verbranding door sifon

 

 

 

 

Elementnaam

Kooktoestel

Definitie

 

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Standaard toestelafmeting in combinatie met de voor dit toestel benodigde gebruiksruimte = 0,6 x 0,9 m (0,6 x 0,6 plus 0,6 x 0,3m).

In de Nederlandse bouwpraktijk worden zelden kooktoestellen standaard ingebouwd.

In de praktijk wordt slechts een miniem aanrechtblok met spoelblok gemonteerd met daarnaast een plaats voor een kooktoestel (gemarkeerd door de verplichte afzuiging, Bouwbesluit).

Toepassing van een opstelplaats van 0,6 x 0,9 m naast de aanrecht voor het kooktoestel geeft voldoende ruimte voor een standaard apparaat inclusief de benodigde afzetruimte.

Tegelijkertijd kan deze ruimte ook worden gebruikt voor een steeds vaker voorkomend kooktoestel van 0,6 x 0,9 m.

Eisen

Vloeroppervlak 0,6 x 0,6 m.

Gebruiksoppervlak 1,0 x 1,3 m.

0,3 m afzetvlak aan beide zijden van kooktoestel.

 

 

 

 

 


Elementen tbv informatie voorziening

 

Elementnaam

Informatieborden / schermen

Definitie

Twee basisprincipes:

·         Informatie die van dichtbij (ca. 1 m) dient te worden bekeken;

·         Informatie die van verder af (eventueel over de hoofden van anderen) kan worden bekeken;

Randvoorwaarden Uitgangspunten

‘Informatie dichtbij’ dient tussen 0,5 en 2,0 m + vloer te zijn aangebracht (waarnemingshoek vanuit de beschouwer max. 30 graden plus of min horizontaal).

‘Informatie verderaf’ dient vanaf 1,5 m + vloer te zijn aangebracht. Indien de informatie door veel mensen tegelijkertijd dient te kunnen worden waargenomen heeft een minimumhoogte van 2,30 m + vloer de voorkeur.

De maximale hoogte wordt begrensd door de waarnemingshoek vanuit de beschouwer van max. 30 graden t.o.v. horizontaal

Eisen

Letterhoogte >= 1/100 x de praktische leesafstand

Contrast >= 0,3 t.o.v. de achtergrond

Geen kleurcombinatie rood/groen of donkerrood/zwart toepassen

 

 

 

 

 


Elementen tbv betaal en registratie handelingen

 

Elementnaam

Kaartjesautomaat

Definitie

Apparaat voor het verkrijgen van (trein)kaartjes, toegangsbewijzen, uitrijdkaarten, e.d.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Automaten die een nagelvast onderdeel vormen van de primaire functie van het gebouw/object dienen voor iedereen bruikbaar te zijn en dus aan onderstaande eisen te voldoen.

Indien meerdere gelijke automaten worden toegepast dan dient tenminste het aantal van de drempelwaarde te voldoen.

Eisen

·         Alle te bedienen elementen tussen 0,7 en 1,35 m+ vloer en 0,5 m horizontaal uit een inwendige hoek.

·         Bedieningskracht maximaal 30 N

·         Fijnmechanische bedieningskracht 5 Newton (met één of twee vingers). zie Handboek Ergomie 2007

·         Bediening met één hand mogelijk.

·         Visuele informatie/display leesbaar vanaf een kijkhoogte tussen 1,2 en 2,0 m+ vloer

 

 

 

 

Elementnaam

Betaalautomaat / PIN automaat

Definitie

Apparaat voor het doen van betalingen.

Uitvoering: vast gemonteerd, los aan een snoer of draadloos.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Het apparaat moet zowel staand als zittend bruikbaar en bedienbaar zijn

Zijdelingse bedienbaarheid van vast gemonteerde PIN-automaat toelaatbaar (onderrijdbaar niet verplicht, wel wenselijk)

Eisen

·         Met de hand te bedienen zaken tussen 0,9 en 1,2 m+ vloer.

·         Display leesbaar vanaf een kijkhoogte tussen 1,2 en  2,0 m+ vloer.

·         Toetsenbord met standaardindeling met reliëf t.p.v. de 5 – toets

 

 

 

 

Elementnaam

Geldautomaat

Definitie

Apparaat voor het opnemen van geld van een bankrekening met een uitgiftevak voor bankbiljetten.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Het apparaat moet zowel staand als zittend bruikbaar en bedienbaar zijn

Zijdelingse bedienbaarheid toelaatbaar (onderrijdbaarheid van toetsenbord en uitgiftevak niet verplicht, wel wenselijk).

Eisen

·         Met de hand te bedienen zaken tussen 0,9 en 1,2 m+ vloer.

·         Display leesbaar vanaf een kijkhoogte tussen 1,2 en  2,0 m+ vloer.

·         Toetsenbord met standaardindeling met reliëf t.p.v. de 5 – toets.

 

 

 


 

Elementnaam

Overige automaten

Definitie

Apparaat voor het verkrijgen van dranken, snacks en kleine gebruiksartikelen.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Het apparaat moet zowel staand als zittend bruikbaar en bedienbaar zijn

Zijdelingse bedienbaarheid toelaatbaar (onderrijdbaarheid van toetsenbord en uitgiftevak niet verplicht, wel wenselijk).

Eisen

·         Voor de voorkant van de automaat dient een vrij toegankelijk gebruiksoppervlak aanwezig te zijn van 1,0 x 1,3 m.

·         Met de hand te bedienen zaken (inclusief geldinworp en geldretour) tussen 0,7 en 1,35 m+ vloer en 0,5 m horizontaal uit een inwendige hoek

·         Eventueel aanwezig display leesbaar vanaf een kijkhoogte tussen 1,2 en 2,0 m + vloer.

·         Toetsenbord met standaardindeling met reliëf t.p.v. de 5 – toets

·         Bedieningskracht maximaal 30 N

·         Fijnmechanische bedieningskracht 5 Newton (met één of twee vingers). zie Handboek Ergomie 2007

·         Bediening met één hand mogelijk.

 

 

 


Eisen per Voorziening

Waar een combinatie van elementen nodig is, is er sprake van een voorziening. Er zijn veel verschillende soorten van voorzieningen. Deze criteria beperken zich echter tot de belangrijkste groepen van voorzieningen, voor zover ze ‘meetbaar’ en ‘reproduceerbaar’ zijn.

 

Toepassing

Voorzieningen voor mensen met een auditieve beperking

Definitie

Voorzieningsoorten

·         Ringleiding

·         Loketringleiding

·         Zend- en ontvanginstallatie via Radiofrequenties (RF) of Infrarood (IR) bestaande uit zender/straler(s) + meerdere ontvangers met koptelefoon of kinbeugels en meerdere ontvangers met halslus.

Het aantal individuele ontvangers is gerelateerd aan het aantal toehoorders (zie Drempelwaarden)

·         Dynamische (visuele) informatiepanelen (b.v. flatscreens)

 

Een alternatief voor een ringleiding is een zendinstallatie RF of IR met bijbehorende ontvangers.

Nadelen van het alternatief:

er is voor elke gebruiker een ‘apart’ apparaat benodigd;

het apparaat (ontvangers) moet worden uitgedeeld, ingenomen en opgeladen, procedures voor het gebruik;

Voordelen van het alternatief:

betere inregelmogelijkheden, waardoor minder afhankelijk van ‘gebouwvariabelen’; een apart apparaat is ook bruikbaar voor andere doeleinden, b.v. simultaan vertaling.

Randvoorwaarden Uitgangspunten

Ruimten of objecten die voldoen aan onderstaande omschrijving (Voorwaarden 1, 2 of 3) moeten worden uitgerust met een slechthorenden voorziening

 

Ten behoeve van een ITS keuring wordt vervolgens het volgende toetsingstraject doorlopen:

1.       wordt voldaan aan één van onderstaande Voorwaarden (1, 2 of 3)

2.       zo ja, wordt in de bijbehorende Eis (1, 2 of 3) voorzien

3.       (bij Eis 1 of 2) is de installatie aangelegd volgens de norm voor ringleidingen voor slechthorenden EN 60118-4:2006 en is deze gebruiksklaar (toetsing keurmeester dmv ontvanger met koptelefoon, eventueel beperkt tot in het aangegeven gebied)

4.       (bij Eis 1 of 2) is er een kopie beschikbaar van het Certificaat conform EN 60118-4:2006 van de betreffende installatie door installateur/fabrikant of bevoegde keuringsinstantie (b.v. de NVVS, of door haar vertegenwoordiger)

5.       (bij Eis 1 of 2) is de geldigheid van de keuring voor de betreffende installatie van toepassing (5 jaar)

 

Voorwaarde 1.

 

 

 

Eis 1.

Een receptie / loket / balie / spreekkamer voorzien van geluidsversterking of met veel achtergrondgeluid of met slechte verstaanbaarheid (bv. door een scheidingsglaswand)

 

moet zijn voorzien van een loketringleiding installatie, inclusief de

bijbehorende bordjes op een duidelijk leesbare plaats.


 

Voorwaarde 2.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eis 2.

Een ruimte >= 50 m2 en < 5000 m2 waarin een PA-systeem (spraakversterking) is gemonteerd, bestemt voor vergaderingen, bijeenkomsten, feesten, voorstellingen, presentaties, toneel/podium

(uitgezonderd leslokalen voor <= 50 personen in onderwijsgebouwen)

·         Ruimten waar geen ‘vast’ PA-systeem is gemonteerd, vallen niet onder Voorwaarde 2.

·         Bij het inbrengen van een tijdelijk PA-systeem is het raadzaam om gelijktijdig een verplaatsbare ringleidinginstallatie in te zetten in een gesegmenteerd gebied.

·         Bij omroepinstallaties in zeer grote gebouwen, (semi-)openbare buitenruimten, stadions, Jaarbeurs, RAI, pretparken, e.d. is het niet wenselijk akoestische voorzieningen te treffen voor slechthorenden. Duidelijke visuele signalering verdient hier de voorkeur.

 

moet zijn voorzien van een Ringleiding of een RF/IR installatie, inclusief de

bijbehorende bordjes op een duidelijk leesbare plaats.

·         Indien slechts een deel van de ruimte door de slechthorenden-installatie wordt gedekt dan dient op een duidelijke manier te worden aangegeven welk gebied dit betreft (b.v. op de bordjes, een kleurvak op de vloer, e.d.)

·         Bij meerdere zalen op één verdieping die allen van een slechthorenden voorziening zouden moeten worden voorzien is het ook toelaatbaar om één of enkele verplaatsbare installatie(s) per verdieping ter beschikking te hebben. In deze zalen dient op een goed leesbare plaats te worden aangegeven dat op verzoek deze installatie wordt uitgerold.

Voorwaarde 3.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eis 3.

 

Ruimten/voertuigen ten behoeve van het Openbaar Vervoer (stationshal/perron/halte/voertuig) die zijn voorzien van omroepinstallaties

·         In OV-ruimten en -voertuigen is het gebruik van omroepinstallaties noodzakelijk voor een efficiënte afwikkeling van de reizigersstroom.

·         100% verstaanbaarheid voor alle reizigers in elke situatie is daarbij technisch niet haalbaar. Ook een storingsvrije werking van eventuele Ringleiding-, RF- en IR-installaties kan door de aanwezige hoge spanning niet worden gegarandeerd.

·         Alleen visuele informatie ondervindt geen hinder van achtergrondgeluid en stoorvelden.

 

moeten zijn voorzien van visuele dynamische informatiepanelen (b.v. flatscreens) waarop de omgeroepen tekst ook in leesbare vorm wordt aangeboden.

·         Omroeptekst kan door ‘text to speech’ software automatisch in geschreven tekst worden omgezet

 

 


 

Toepassing

Voorzieningen voor mensen met een visuele beperking

Definitie

Voorzieningsoorten

1. markering trappen en traptreden van ‘toegankelijke trappen’

2. markering overhangende objecten (lager dan 2,3 m.)

3. markering met voldoende kontrast op glazen panelen/deuren/ramen op ooghoogte

4. vindbaarheid receptie/informatiebalie

5. dynamische informatiesystemen (beeldscherm, lichtkrant, e.d.)

6. akoestische verdieping aanduiding in de liftkooi

7. geleidelijnen op (hoofd)routes waar bruikbare gidslijnen ontbreken

    (geleidelijnen zijn kunstmatige voelbare lijnen voor blinden/slechtzienden,

     gidslijnen zijn van nature aanwezige voelbare lijnen/begrenzingen bijv.

     muur, trottoirband e.d.)

8. primaire / secundaire informatiesystemen

9. letterhoogte in relatie tot voorkeurs leesafstand (primaire info)

10. kleur en/of contrastwaarde t.o.v. onder/achtergrond(primaire info)

Randvoorwaarden  Uitgangspunten

- Veiligheid is eerste prioriteit

- belangrijke info zoveel mogelijk via meervoudig informatiedragers (visueel, akoestisch, tactiel, e.d. Bijv. ‘Smartsigns’ en Smartlines)

 

Voorwaarde 1.

 

Eis 1.

Trap (indien behorend tot de ‘toegankelijke trappen’, zie bij element: trap)

 

- Zichtbaar d.m.v. kontrast >= 0.3 bij looprichting van beneden naar boven

  én van boven naar beneden:

   - markering eerste en laatste trede

   - markering individuele treden

- Zichtbaar/voelbaar d.m.v. kontrast én d.m.v. waarschuwingsmarkering bij

  buitensituaties en ‘semi’-openbare ruimten (b.v. straat of station)

   - trapgat omlaag

- leuning moet bij begin en eind van trap 30 cm horizontaal doorlopen

- dichte stootborden zonder doorzicht

  (niet verplicht bij bijzondere monumentale / theatrale trappen waarbij een

   alternatieve dichte trap binnen 50 m aanwezig is)

- dichte treden oppervlakken zonder glas of metaalroosters

  (niet verplicht bij bijzondere monumentale / theatrale trappen waarbij een

   alternatieve trap met dichte treden binnen 50 m aanwezig is)

Voorwaarde 2.

 

 

 

Eis 2.

Indien voorwerpen/bouwdelen zich lager dan 2,3 m. boven de vloer van verblijfs- en verkeersruimten bevinden op plaatsen waar men kan staan of lopen

 

dan dient het vloeroppervlak ter plaatse van de projectie van het voorwerp/bouwdeel voelbaar te worden gemarkeerd of van betreding te worden uitgesloten (b.v. ruimte onder schuine trap dicht bouwen, of ter plaatse van projectie v.d. trap een vloerverhoging >= 5 cm aanbrengen.)

Voorwaarde 3.

 

 

Eis 3.

Verticale glazen panelen in looproutes met potentieel botsingsgevaar (deuren, borstweringen e.d.)

 

Voorzien van contrastmarkering  tussen 1,4 en 1,6m  + vloer

Contrast: verschil in reflectiewaarde tussen voor- en achtergrond >= 0,3  NB: [wat is de reflectiefactor van glas?]

Voorwaarde 4.

 

 

Eis 4.

Indien het gebouw/object is voorzien van een ontvangst/receptie/beveiliging balie

 

Balie binnen 10 meter van hoofdtoegang met rechtstreeks zicht vanachter de balie op de entreeruimte

Balie  verder dan 10 meter bereikbaar via natuurlijke gidslijn (wand, hek, leuning, balustrade) of geleidelijn van hoofdtoegang naar balie

Voorwaarde 5.

 

Eis 5.

Dynamische informatie systemen (beeldschermen, letterkranten)

 

Combineren met akoestische informatieverschaffing

Wenselijk (niet verplicht!)

Voorwaarde 6.

 

Eis 6.

Dynamische verdiepingaanduiding (in de liftkooi)

 

Infoscherm met verdiepingaanduiding combineren met akoestische verdiepingaanduiding (bij liftinstallatie met liftput en bouwjaar vanaf 2008)

Voorwaarde 7.

 

 

Eis 7.

Indien een hoofdroute aanwezig is van het dichtstbijzijnde openbare trottoir naar de hoofdtoegang

 

dan moet dit zijn voorzien van (bij voorkeur) een goede gidslijn en/of ondersteunende geleidelijn(en) in relevante gevallen gecompleteerd met waarschuwingsmarkeringen.

eisen geleidelijnen: zie Geleidlijnen en Markeringen, Viziris 2003

- 0,6 m  breed

- vrij oppervlak links en rechts van de geleidelijn 0,6 m

- circa 10 strepen/ribbels h.o.h. 60 mm

- hoogte ribbels op gladde vloeren 3 mm, ruwe vloeren 5mm

- kontrastverschil strepen en ribbels ten opzichte van overige

  vloeroppervlak  0,3

- alleen aanbrengen op/in veilige voetgangerszones

- hoeken zoveel mogelijks haaks

- hoek, splitsing of kruising aangeven d.m.v. leeg vlak van 600 x 600 mm

gevaarlijke kruisingen of sparingen markeren met waarschuwingsmarkering

eisen waarschuwingsmarkering: zie Geleidlijnen en Markeringen, Viziris 2003

- per tegel van 300 x 300 mm een patroon van 5 x 5 noppen

- noppen hoogte 5 mm, bij voorkeur met extra reliëf (zie tekening)

- klankverschil bij betreden met overig oppervlak

- contrastverschil waarschuwingsmarkering ten opzichte van overige

  vloeroppervlak  0,3

Voorwaarde 8.

 

 

 

 

 

Eis 8.

a. Primaire informatieborden (richtingaanwijzers, verdiepingaanduiding, huisnummers, verblijfsruimten, soortnaam (wc, vergaderzalen, e.d.))

b. Secundaire informatieborden (kamernummers, afdelingsnamen, persoonsnamen, e.d.)

 

a. ITS eisen 9 en 10 van toepassing

b. geen eis ITS eis

Voorwaarde 9.

 

 

Eis 9.

Letterhoogte

 

 

Letterhoogte >= 1/100 maal de meest te gebruiken leesafstand.

Voorwaarde 10.

 

 

Eis 10.

Kleur / contrast

 

- Rood/groen en rood/zwart niet als kleurcontrast toepassen

- reflectiefactor (kontrastverschil) tussen letter/signaal en ondergrond 0,3

 


 

Toepassing